Vakantie voorpret
Het was een bont gezelschap: bespelers van een saxofoon, trompet, gitaar, trom, bandoneon, Ierse doedelzak, viool, fluit, banjo en enkele zangers. Onder het viaduct waren allerlei onleesbare tags op de betonnen wanden gespoten, maar ook twee leesbare zinnen: Liefde voor iedereen, en: De geneugten des levens. Daar kon ik natuurlijk makkelijk bij aansluiten. Ik zong de hymne uit de vespers van Sint Benedictus die wij heden vieren, als patroon van Europa en vader van het westerse monikkendom. In de hymne wordt Benedictus genoemd: nemorum colonus, dat je kunt vertalen met: Inwoner van niemand. Een mooie zinsnede van Petrus Venerabilis (12e eeuw). Benedictus had immers zijn familie verlaten en was in Rome gaan studeren. Dat viel zo tegen, wegens de heersende decadentie, dat hij zich drie jaar lang terugtrok in een grot (Subiaco). Daarna ging hij naar Montecasino, waar hij veel volgelingen had. De flos mundi (bloem van het wereldse) liet hij achter zich om zijn geest te verheffen tot God.
Ik was niet de enige die iets religieus ten gehore bracht: er klonk ook een O Virgo en een Ave Maria. De klanken weerkaatsten soepel van brug naar water en weer terug. De NachtRuiter liet een schaal met brood en vis rondgaan en Tilia-wijn uit Tilburg. Zowaar een evangelische tractatie. Het komt niet vaak voor dat je uren doormaakt waarin meer geluisterd wordt dan gepraat. Het was ontspannend en inspirerend, met op de achtergrond het stadsbeeld van Tilburg in een ondergaande zon. Er kwam publiek voorbijwandelen, eenden suisden voorbij en merels zongen. De liefhebbers gingen nog even door op de kade, bij aankomst, maar met de Nachtburgemeester en Ronald Hazelzet fietse ik voor middernacht weer huiswaarts. Wij waren het er over eens: Je moet weggaan als het nog gezellig is!
Zo zijn er in deze maand meerdere aangename activiteiten die niet los staan van het pastoraat maar die wel even de druk van de ketel halen dat het allemaal af moet en dat je je woorden op een schaaltje moet wegen. Juli! Mijn lievelingsmaand.


