Weblog pastoor Schilder

pastoor

Geestelijk erfgoed

Ik voelde mij behoorlijk leeg donderdagavond 28 februari, na het terugtreden van paus Benedictus. Maar daarin zal ik niet de enige geweest zijn. Er is al genoeg gezegd over het ongebruikelijke én begrijpelijke van zijn keuze. Wat ik persoonlijk jammer vind , is dat de paus het Jaar van het Geloof niet heeft afgemaakt. Nu hangt dat toch een beetje in de lucht, al zal zijn opvolger daar ongetwijfeld een vervolg aan geven.

Wat ik als positief heb gewaardeerd in dit pontificaat, zijn vooral drie dingen: de aandacht voor de ars celebrandi, de kunst van het liturgie vieren. Dit heeft mede een opening gecreëerd voor de traditionele liturgie. In het eenzijdig nadenken over de toekomst van de kerk, leek de deur naar het verleden met stenen geblokkeerd te zijn. Iets wat vreemd is in een tijd die geniet van Harrie Potter. Paus Benedictus heeft de stenen weggehaald en daarmee een wijder veld voor evenwichtig nadenken over de toekomst laten zien. Toch bleek dit streven een gemengde zegen: de zaak Williamson was een felle angel die meekwam met het idee van hervorming. Daarmee is het idee natuurlijk niet weerlegd, maar wel verdacht geworden.

Ten tweede hadden we met Ratzinger een studerende kerkvorst, een leraarpaus. Toen ik in Rome was bij het vorige conclaaf, wist ik meteen: al gaat hij morgen dood, dan nog zullen zijn boeken gretig gelezen worden. Er zijn zelfs nog enkele boeken bijgekomen. Het relativisme in filosofie en theologie is wijdverspreid. Daar onderga je onvermijdelijk de invloed van, ook als priester. Benedictus verstond de kunst om de klippen van rationalisme en fideïsme te vermijden en in dialoog met moderne denkers het zicht op de Waarheid vrij te maken. Een hele belangrijke voorwaarde voor dynamische reflectie onder gelovigen en ongelovigen. De eerste encycliek Deus Caritas Est blijft een juweeltje in de schat van christelijke documenten. In gespreksbijeenkomsten daarover heb ik gemerkt hoe inspirerend het voor velen was. Ook dit bleek een gemengde zegen: de angel die opkwam in het spreken over liefde was de massale kritiek op kerkelijke laksheid inzake kindermisbruik en het feller opkomen voor homoseksualiteit. Ik denk zelf dat paus Benedictus meer heeft blootgelegd dan verdoezeld.

Ten aanzien van de Islam en andere wereldgodsdiensten zien we een hoe paus Benedictus durfde verwoorden wat velen al voelden. Het is niet genoeg om overeenkomsten te benadrukken. Ook verschillen en zwakke punten noemen, kan bijdragen aan een beter begrip en dit weer aan oprechte ontmoeting. De Regensburger redevoering en de omvorming van de wereldgodsdienstconferenties in Assissi zijn geduid als een afwijzen van alles wat niet katholiek is. Het zou zelfs gevaarlijk zijn. Daar hebben we niets van gemerkt, enkele incidenten daargelaten. Paus Johannes Paulus II wilde de hele wereld bekeren, zijn opvolger wilde eerder de kerk bekeren. De brug tussen beiden in dit opzicht was het document Christus Dominus, dat al een accentverschuiving inhield. Toch werd Ratzinger gebrandmerkt als degene die aan de rem trok van oecumene en religieuze dialoog. Dat hij ondertussen nieuw zicht bood aan de politieke filosofie (het organisch verband tussen moraal, recht en religie) bleef veelal onbesproken.

Heeft dit alles op mij voor invloed gehad? Ja, op mijn wijze van liturgie vieren, op het tijd maken voor studie en op een vrijmoedige houding in het spreken over lastige thema’s. Ik heb er veel interessante mensen door leren kennen, ook niet- of andersgelovigen. Toch is de invloed begrensd. Ik ben niet minder gaan sporten (iets waar Benedictus nooit fan van was), maar juist meer! Ook houd ik nog steeds niet erg van katten. Zo neemt iedereen iets mee van een paus en bewandelt hij toch ook zijn eigen weg. Ik ben benieuwd wat het charisma van de nieuw paus zal zijn. Qua thema’s hoop ik op een continuering, maar de nieuwe opvolger van Petrus mag misschien iets meer van zich afbijten; populariseren zonder populistisch te zijn. Een beetje à la Fulton Sheen, alleen weet ik van hem niet wat voor bestuurder hij was.

Ten slotte hoop ik dat het belang van opvoeding en onderwijs heel hoog op de agenda van de nieuwe paus komt te staan, want daar wordt de toekomst van de kerk uiteindelijk het meest bepaald. Welke kandidaat er voor mij uitspringt? Geen idee. Ik moet er nog naar kijken. Ik ga wel heel hard lachen als iedereen juicht dat het een Aziaat of Afrikaan of Latino is, maar dat hij minder modern blijkt te zijn dan de gemiddelde Europese paus.

Ik sluit me aan bij de wens dat de nieuwe Heilige Vader vooral een herder zal zijn, met een groot hart. Maar dit is wel bekeken even inhoudsloos als dat het mooi klinkt. Veel dictators hadden zogenaamd ook een groot hart. Maar is het niet zo dat een pastoor op de eerste plaats zorg moet besteden aan zijn parochianen, een bisschop aan zijn pastoors en een paus aan zijn bisschoppen? Ja, dus dat hoop ik: dat de nieuwe paus een groot hart heeft voor zijn bisschoppen. Dat hij hen weet te bemoedigen, te inspireren, waar nodig te vermanen en met hen de reis van de kerk in het derde millennium voortzet. Samen met alle gelovigen en mensen van goede wil!

In mijn kerken heeft na de bekendmaking van het terugtreden van de paus, een portret van hem gestaan met daaronder de tekst: Heilige Vader, bedankt! Zo voel ik het nog. Daar is het ook de tijd nog voor. Straks zullen we nieuwsgierig kijken naar het balkon van de St. Pieter en innerlijk of uitwendig meeroepen: Viva il Papa! Ik kan het iedereen aanraden om een keer naar Rome te gaan tijdens een conclaaf…

Maart 2013

De rust bewaren

Na de eerste terugblik over de fotorel een korte analyse, nu het weer wat rustiger geworden is. 8 januari 2013 zal ik niet gauw vergeten. De mediazwerm streek neer op de pastorie aan de Ringbaan West. Eerst probeer je nog iedereen te woord te staan, maar daarna moest het antwoordapparaat zijn diensten bewijzen. De huishoudster noteerde alle verzoeken op een briefje. Ze had nog net tijd om te koken, de rest van het werk bleef liggen. ‘De volgende keer moet je een persconferentie organiseren’, zei ze lachend. De secretaresse van de Emmausparochie lachte niet. Zij was ook overvallen door de vele telefoontjes. Ik zelf zat al volop in de draaikolk en belde haar pas rond de middag. Als er weer zo iets gebeurt, neem ik eerst 10 minuten pauze om een paar mensen te bellen. Gelukkig had ik de helderheid van geest om wel mijn familie te mailen. Het is vervelend als ze alles uit de krant moeten horen.

Omroep Brabant zat inmiddels al in huis (radio en tv), De Telegraaf, Omroep Max en ik had een toezegging gedaan om het Katholiek Nieuwsblad te bellen en om in een studio mijn verhaal te vertellen voor de EO (Dit is de dag). Mijn methode om het overzicht te houden is altijd: doen wat je toezegt en niet teveel toezeggen. Dat betekende wel dat ik op Radio 1, live, het kort moest houden, voor een aankomend live interview. Achteraf gezien was dat niet chique, maar in de hectiek laat je wel eens een steekje vallen. In zekere zin was het een geluk dat Pauw & Witteman me die avond aan tafel wilden hebben. Dan kun je andere omroepen met reden afhouden. Ze willen zelf ook niet dat een thema dubbel op het scherm komt. Voor hen die denken dat ik deze actie heb bedacht om media-aandacht te krijgen, wijs ik erop dat het allesbehalve aangenaam is om een dag, of eigenlijk twee, te verliezen en met de rug tegen de muur gezet te worden om alles honderd keer uit te leggen. En diezelfde avond had ik ook een herdenkingsmis in de parochie, voor een jong gestorven vader. Je moet dan heel goed de knop omzetten om de nodige concentratie op te brengen. Dat lukte wel, maar achteraf voel je ‘geestelijke spierpijn.’

Het paradoxale is dat de media-aandacht nu intenser was dan destijds over het klokgelui, maar zelf was ik rustiger. Ik vind het nog steeds een onschuldig thema en ik heb mij erover verbaasd dat het zo’n groteske vormen aannam. Een fotograaf zei: ‘Er is momenteel waarschijnlijk geen interessanter nieuws.’ Dat houdt je nuchter. Dat wás ik gelukkig, ook bij P&W. De tafelgenoten in Amsterdam waren best leuk en de benadering van de redactie professioneel en vriendelijk. Omdat ik bij de EO al veel vragen had moeten beantwoorden, was ik klaar voor het gesprek. Die middag heb ik niks anders gedaan dan mijn breviergebed bidden en een paar mensen vragen of ze mee naar Amsterdam wilden. Het is altijd leuk om met anderen te gaan. Voor hen is het ook een interessante ervaring.

Uiteindelijk heb ik  184 mails gehad. De gekke (1) en de agressieve (20) heb ik niet beantwoord. Wel de gezond kritische (43), de negatieve (49) en de positieve (71). Ik merk een verschil vóór en na P&W, in het voordeel van de laatste categorie. Ook was het goed dat ik de dag erna een blog maakte met mijn eerste terugblik. Deze twee mediamomenten hielpen mij om de rust te bewaren en het onderwerp zo klein te houden als het eigenlijk was. Ik vind het jammer dat het  Brabants Dagblad, bij monde van Tom Rooms, mijn kritiek op de krantenkop toch wat uit de hoogte behandelde in een hoofdredactioneel commentaar. Ik kreeg het verwijt dat ik het BD beschuldigde, maar eigenlijk zelf de schuldige was. De toevoeging dat ze mij niet wilde bekeren en dat ik welkom bleef, kon mij niet echt overtuigen. Dat ik geen zelfkritiek zou hebben, klopt niet. Ik geef in mijn blog toe dat ik het effect van mijn actie onderschat heb. Rooms heeft voor zijn commentaar gebruik gemaakt van een concepttekst van mijn blog en niet van de eindversie (die ze niet wilden plaatsen in de krant). Niet erg netjes. Maar goed, dat kan gebeuren. Hij houdt zijn medewerker in de luwte die de kop ‘Pastoor Schilder zet ‘afvalligen’ met naam en foto te kijk’ heeft bedacht. Ik denk dat ik een punt maak als ik zeg dat kop en stuk in balans moeten zijn en dat een kop een heel negatief effect kan genereren. Het heeft te maken met beroepsethiek. Daar wil ik nog steeds met de betreffende persoon over praten.

Ik zou hem bijvoorbeeld willen vertellen dat ik die week op huwelijksgesprek was bij een heel aardig Congolees stel. Zij hadden van vrienden te horen gekregen dat ze niet naar de bruiloft wilden komen omdat die verschrikkelijke pastoor Schilder de Mis deed. Ze begrepen er niets van, maar de afwijzing was duidelijk gerelateerd aan het nieuws van die dagen. Een ander voorbeeld is de moeder van een communicant die haar kind wilde terugtrekken uit de voorbereiding, omdat ze zo onzeker werd van alle media-uitingen over mij. Een persoonlijk gesprek helpt dan meestal. Maar ja, die kan ik op een dag ook geen honderd hebben, dus voel ik mij af en toe machteloos om de zorgen van mensen weg te nemen. Een vader van een communicant vertelde mij trouwens dat hij op Internet had zitten wachten op de constatering dat mensen tegenwoordig van alles op het web zetten over zichzelf, maar dat ze moord en brand schreeuwen over een fotootje in de kerk.

Natuurlijk zijn er ook weer uitschrijvingen binnengekomen. Dat is zonder meer ironisch omdat ik juist iets wilde doen aan de vluchtige uitschrijving van katholieken… Wordt vervolgd, zal ik maar zeggen.

Wat is mij nog meer opgevallen de afgelopen dagen? Sommige mensen stuurden linea recta foto’s naar mij om in de ‘Hall of shame’ te mogen hangen. Dat was niet zonder humor. Ik heb er ook dikwijls om kunnen lachen. Wat ook bijzonder was, is dat een kunstenaar een mooie prent mailde van de aartsengel Michael, strijdend voor het goede. De fotoactie in het centrum van de stad vond ik ook geen probleem. Jammer dat ik er zelf niet naar heb kunnen kijken. En met carnaval ben ik niet in de stad, dus de optocht moet ik ook missen, voor zover die aandacht besteedt aan het onderwerp.

Een boeiende reactie kwam van een socialist die mailde: ‘Ik ben niet katholiek, ben een socialist, al ruim 71 jaar. Ik heb je gehoord en gezien en gelezen in Katholiek Nieuwsblad en voor mij ben je een man uit een stuk, je staat voor waar in je geloof en laat dat je niet afnemen, door wie dan ook. Het is alleen jammer dat je geen socialist bent.’ Dat is toch bijval uit onverdachte hoek! Het is ook opmerkelijk dat er zoveel protestanten bemoedigend hebben gereageerd, culminerend in een lang artikel in Reformatorisch Dagblad. Ook de column van Aldert van der Burg in de Tilburgse Koerier mocht er zijn. Bij protestanten zijn ze het al lang gewend om te zeggen wie de gemeente willen verlaten en voor hen te bidden.

Gelukkig kwam er deze keer weinig obscene mail binnen, alleen wat vuile tekeningen over de post. Ik herkende ze van een vorige keer. Er zat ook een porno-dvd bij die recht de kliko in kon. Heel zielig om zoiets te sturen. En wat de lawine aan internetreacties betreft, die heb ik niet bekeken. Ik had er geen tijd voor en geen zin in. Nu maak ik weer tijd voor het gewone parochiewerk. En binnenkort spreek ik de kernmedewerkers om te zien hoe we op een andere manier met mensen die de kerk willen verlaten in contact kunnen komen. De afgelopen zondag was het slapjes bij de Mis. Ik denk dat het toch een beetje een reactie was op alle commotie. Van binnenuit moeten we het vuurtje weer oppoken om onze zending als gelovigen uit te kunnen dragen. Ik ben er klaar voor!

Stoere jongen

De spinoff van mijn idee om mensen die de kerk willen verlaten intern in beeld te brengen is groot. Het is nog te vroeg om de balans op te maken. Zoals het er nu uitziet werkt het alleen maar negatief, ofschoon er ook mensen zijn die positief, grappig of gezond kritisch reageren. Opnieuw speelt het Brabants Dagblad hierbij een belangrijke rol. Mijn band met die krant lijkt wel een haat-liefde verhouding te zijn. Toen ik in april 2008 op mijn blog had geschreven dat ik de film Fitnah knap gemaakt vond, verscheen daar een artikel over in BD met als kop: ‘Pastoor Schilder bewondert Fitnah’. Dat is heel iets anders! Ik voelde mij toen niet meer veilig en besloot voor mezelf om niet meer te praten met deze krant. Dat veranderde toen de hoofdredactrice Annemieke Besseling persoonlijk op bezoek kwam. In een prettig gesprek gaf ze aan dat zij toch waarde hechtte aan mijn geluid, in het kader van de pluriformiteit. Dat wekte vertrouwen. Ik zou nog steeds niet reageren op telefoontjes, maar wel zelf af en toe een artikel aanleveren. Dat ging eigenlijk goed en stelde me in staat om bij te dragen aan de opinievorming over kerk en maatschappij. Het recentste voorbeeld daarvan is een artikel over groeikansen voor de kerk in Brabant, waarop positieve reacties kwamen. Hoe kon het nu tot de storm komen die onlangs is opgestoken?

Kim Spanjers van BD had mijn novemberblog gelezen, over hoe we kunnen leren van bedrijven om ‘klanten’ erbij te houden. Dat intrigeerde haar. Ze belde op en vroeg om enige toelichting. Het bleek dat ze er meteen een artikel van wilde maken. Dat verraste mij (is misschien naïef), maar ik trapte niet meteen op de rem. Wel vroeg in inzage in het stuk. Voortaan ga ik ook inzage vragen in de krantenkop, want die is volgens mij allesbepalend. Voor alle duidelijkheid, het stuk van Spanjers is gewoon goed en zij heeft de kop niet bedacht. ‘Pastoor Schilder zet ‘afvalligen’ met naam en foto te kijk’. Dat is een maximale negatieve verdraaiing van een minimaal positief idee. In mijn beleving zijn alle andere media dáár op afgesprongen. Je merkt het in de stukken die daarna verschijnen. Daarbij komen de woorden ‘afvalligen’ en ‘te kijk zetten’ telkens terug, met een nieuw woord erbij: ‘schandpaal’. En voor je het weet let niemand meer op de inhoud. Dat betreur ik ten zeerste. Ik ga niet opnieuw uitleggen wat ik bedoeld heb met mijn actie. Daarvoor verwijs ik naar het interview met Pauw & Witteman, dat terug te zien is via Uitzending gemist. Daar voelde ik mij veilig en werd ik kritisch maar correct bejegend.

Dat is anders bij degene die de bovenstaande krantenkop heeft bedacht. Ik zou het wel goed vinden als deze stoere jongen openlijk zou vertellen wat hem (of haar) bezield heeft om dit zo in het nieuws te brengen. Het doet schade aan mij, aan de kerk en volgens mij ook aan de journalistiek zelf. Daardoor keren priesters zich alleen maar meer af van de media. Dat is doodzonde omdat ze vaak waardevolle dingen te zeggen hebben en het maatschappelijk debat verschraald wordt als er alleen vanuit  één hoek geschreven wordt. Ik neem juist af en toe het woord om die pluriformiteit in stand te houden. Daarom reageer ik ook nu. De ethiek van een journalist betreft niet alleen de stukken die hij schrijft , maar ook de titels die meegegeven worden. Ik kan me voorstellen dat het verleidelijk is om dingen smeuïg te brengen, maar welke waarde weegt op tegen de schade die hierboven genoemd wordt? Alleen de strijd om het aantal abonnees is onvoldoende. Is het onbegrip? Tot ik daar een bevredigend antwoord op krijg, is het weer ‘uit’ met BD.

Niet om mijn gelijk te bewijzen. Het effect van mijn idee heb ik gewoon onderschat.  Ik zie nu beter de riskante zijde van mijn plan om kerkverlaters in beeld te brengen. Maar dat mogen mensen mij ook gewoon zeggen in plaats van het te reduceren tot een vernietigende actie. Het heeft nu geen zin meer om het idee uit te voeren. Ik laat het eerst rusten en bespreek met de vrijwilligers hoe we het goede voornemen om mensen bij de kerk te houden vorm kunnen geven. Voorlopig bidden we alleen voor hen…

Stof afschudden?

We hebben in de parochie een drukmachine en een kopieerapparaat. Dat is niet bijzonder voor een parochie. Wel bijzonder is dat ons huurcontract daarvoor afloopt op 1 januari. Dat willen we ook zo! Kwestie van bezuinigen. Ook dat is niet heel erg bijzonder. Wat dan wel? Dat we met enorme vastberadenheid benaderd zijn om toch maar een nieuw contract af te sluit. Het leasebedrijf – ik noem het even HORIC – was een paar jaar geleden niet genegen om ons huurcontract open te breken. Neen, we zaten er echt aan vast. Anders zou het veel geld gaan kosten.

De weken gingen voorbij, de maanden, de jaren en toen kwam ineens het einde van het contract in zicht. Opletten dus! We hoefden hierop niet te anticiperen. Neen, onze vrees voor stilzwijgende verlenging bleek ongegrond. Een telefoontje leerde dat we een nieuw contract konden afsluiten. Liever niet dus. Dat moesten we wel even schriftelijk laten weten. Geen probleem. Ik stuurde een briefje naar HORIC (wat een drempel trouwens, een briefje schrijven, maar dat is vooral mentaal) en kon opgelucht adem halen.

Enige tijd later belde HORIC met de vraag of we wel gedacht hadden aan de nieuwe situatie? Hoe zouden we het drukwerk gaan aanpakken? Wisten we al wat onze druk- en kopieerkwantiteit was? Wisten we al van de voordelige aanbieding van HORIC? Als we een andere oplossing hadden, kon HORIC vast wel onder die prijs gaan zitten. Ik verzamelde mijn moed, ging tegen mijn berekenend verstand in en zei dat we zelf een kopieerapparaat zouden kopen. Grote partijen drukwerk kwamen toch niet zo vaak voor en konden we makkelijk uitbesteden. Goed.

Weer een tijd later kwam er een keurige meneer langs op het parochiesecretariaat. U weet wel, strak pak, bruinleren schoenen, fleurige stropdas, de haren modieus gestyled en een tas onder de arm. Hij wist dat ons huurcontract af zou lopen en was benieuwd of we misschien tot een nieuwe afspraak wilden komen. Neen hoor. De meneer bleef vriendelijk en hoefde geen koffie.

Ja, er zijn nog een keer zulke lieden gekomen, met tweeën tegelijk, zelfde omschrijving. Even vriendelijk, ook geen behoefte aan koffie.

En we hebben nog een telefoontje gehad hoe het nu zat met ons huurcontract? Maar ik had het toch al schriftelijk opgezegd? Dat zou men even nagaan. Inderdaad kreeg ik niet lang daarna een bevestiging van onze opzegging.

Geen onvertogen woord over de behandelwijze. Het was misschien een beetje dubbelop hier en daar, maar verder oké. Ik hoop natuurlijk wel dat bij het verwijderen van de machines niet allerlei extra kosten komen…

Hadden wij als kerk maar de helft van de vasthoudendheid van HORIC! Ik bedoel, als mensen een briefje schrijven waaruit blijkt dat ze uitgeschreven willen worden aan de kerk, krijgen ze per kerende post een antwoord dat het geregeld is of kan worden. Een doopbewijs is natuurlijk wel nodig en een verklaring dat men weet wat de canonieke gevolgen zijn.

Ik weet dat we in de parochies niet het personeel hebben om mensen te blijven benaderen, maar hier wringt wel de schoen. We zijn onze passie kwijt om mensen erbij te krijgen of te houden! Werken voor het geloof zou ons minstens even ijverig moeten maken als anderen die werken voor geld. Veel parochies hebben een bezoekgroep, maar die is vaak gericht op eenzamen of zieken. Wat zou het mooi zijn om ook vrijwilligers te kunnen inzetten voor kerkverlaters. De pastoor kan of hoeft dat niet allemaal alleen te doen.

Ik denk dat ik voortaan de namen (zonder privégegevens) van mensen die uitgeschreven willen worden op het prikbord in het portaal van de kerk ga hangen. Dan kunnen mensen voor hen bidden en wie weet kent iemand zo iemand persoonlijk. Dat werkt natuurlijk het beste.

We kennen allemaal de uitdrukking uit het evangelie over het ‘afschudden van het stof van onze voeten als mensen het evangelie niet willen ontvangen’, maar je mag pas stof afschudden als je voor iemand door het stof bent gegaan! Toch?

Wordt vervolgd…

10 punten voor het Jaar van het Geloof

Het Jaar van het Geloof is begonnen!

De Congregatie voor de Geloofsleer heeft op verschillende niveaus tien punten opgesteld met suggesties voor de invulling van het Jaar van het Geloof:

http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=4334&id=7064

De Engelse pastoor Ray Blake heeft zelfs een lijstje met zestien punten samengesteld. Die zijn behoorlijk pittig:

http://marymagdalen.blogspot.nl/2012/10/suggestions-for-year-of-faith.html


Zelf denk ik dat kleine stappen vruchtbaarder zijn. Ik kom tot de volgende 10 puntjes voor het Jaar van het Geloof. Succes!

Zorg ervoor op tijd in de Mis te zijn en zeg even dank na de Mis.

Zorg ervoor op tijd te zijn bij afspraken.

Sta op als de wekker afloopt en begin de dag met een kruisteken en gebed.

Doe aan het einde van de dag een gewetensonderzoek en bid een oefening van berouw.

Doe bij elke maaltijd een kleine versterving.

Vraag vergeving in het Sacrament van de Biecht.

Vraag vergeving aan mensen die u tekort gedaan hebt.

Bid elke dag de Rozenkrans.

Lees iedere dag iets uit de Bijbel of een geestelijk boek.

Draag bij aan de noden van uw parochie, met tijd en/of geld.

 

Dit gedicht van Daan van Schalkwijk past er goed bij (uit: jongerenmagazine Omega):

 

Van Groot naar Klein

Droom je niet van grote daden?
Een grote prijs, Olympisch Goud?
Zodat je echt iets hebt betekend,
En heel de wereld van je houdt?

Maar dan de kloof naar 't echte leven,
Da's vaak zo alledaags, zo klein.
En wat kan dáár, in kleine dingen,
Nou ooit voor groots te vinden zijn?

Nou weet je: alle kathedralen,
Zijn ooit gebouwd. En steen voor steen.
Geïnspireerd door visie, liefde,
Maar grootste daden? Echt: niet één.

Zo kan een steentje, nog zo klein,
In liefdes bouwwerk groots gaan zijn.

Meer artikelen...