|
Het Nieuwe Jaar is begonnen. Ik heb meer mensen buiten de kerk gesproken dan in de kerk. Het begon met de Nieuwjaarsduik aan de Piuskade.
Eigenlijk begon het eerder, in 'Marres' (Maarheze) waar een aantal collega's samenkwam om Oudjaar te vieren. Er is geen tv aan geweest en toch vloog de tijd. Of is de tv niet aan geweest omdat de tijd vloog? Hoe dan ook, het was erg gezellig. Dankzij Jan van Beurden had ik een mooie partij katholiek vuurwerk gekocht. Wat dat 'katholiek' betekent, leg ik later nog wel eens uit. Het was in ieder geval weer leuk om met meneer Van Beurden en zijn vrouw te praten.
Om 23.55 uur togen we (letterlijk) naar de kerk van Maarheze om het Te Deum te zingen, de aloude lofzang op de Drie-ene God. De klokken gingen aan. Zo begonnen we het jaar met de Lieve Heer, zo te zeggen in zijn eigen taal. Daarna het vuurwerk. Hoe zal het zeggen? De boom van de overburen vloog in brand, maar dat kwam niet door ons. Wij hadden weer andere probleempjes. Veilig en wel op de pastorie terug een glaasje champagne gedronken en nagekaart. Mijn eerste Mis op Nieuwjaarsdag begon om 9.30 uur, dus ik wilde niet te laat thuis komen. Dat lukte.
Er was zeer weinig volk in de Mis. De kerkelijke cultuur (het automatisch meedoen met de kerkelijke kalender) is nog zwak. Maar we hebben er een nieuwe diaken bijgekregen, dus krijgen we ook meer pastoraal bereik. Het is James Lee, voorheen werkzaam in de Petruskerk in Oisterwijk. 'Lee' is in dit geval een Engelse naam voor een dito diaken.
In de Margarita Mariakerk was de opkomst goed. Daar is een langere traditie. We vierden vandaag het Hoogfeest van de H. Maria, Moeder Gods. Bij het opstaan had ik gebeden voor een aantal goede gesprekken die dag. Die kwamen! Na het kijken naar het Nieuwjaarsconcert met de Franse dirigent Prêtre, toogde ik (wederom letterlijk, ditmaal met sjerp en steek) naar de Piuskade, waar de Nieuwjaarsduik was. Helaas was het geen verrassing meer dat ik kwam, met dank aan Stadsnieuws, maar dat mocht de pret niet drukken. Mooi weer, veel mensen en 26 'duikers'.
Omdat de opbrengst voor de Voedselbank Tilburg was, hadden ze mij gevraagd om het startsein te geven. Natuurlijk met een bel. De oude bel van de Thomasschool uit Goirle was mij ter hand gesteld door meester Jansen. Die deed erg goed dienst. Ik wenste allen een Zalig Nieuwjaar toe, vooral de duikers, en succes bij het realiseren van de goede voornemens. Toen naar de kade. Er waren veel Unoxjongens bij, zonder bikini. Maar ook Fons en Sanne van de Voedselbank sprongen in het water. Ik was blij dat ik alleen hoefde te bellen.
Na een Schrobbelèr weer terug het café in, de thuisbasis van Motorclub 't Motorrijderke. Leuke naam. Wel passend bij een pastoorke. Het eindbedrag bleek meer dan € 1.400 te zijn, plus een vracht aan speelgoed. Toen naar huis? Neen. Ik sprak met de motorclub over hun zorg dat ze een nieuw honk zoeken. Het huidige wordt binnen twee jaar afgebroken. 'Weet je wat? Kom in juli bij mij voor de motorzegen. Dan bidden we in de Mis voor een nieuwe plek.' Dat viel in hele goede aarde. Wordt vervolgd. De drankjes voor de pastoor waren gratis. En de gesprekken. Een gesprek met een gezin, dat volgend jaar compleet het water in wil. Een vrouw die pas haar moeder was verloren en een jong stel dat wil trouwen voor de kerk. Nou, dat wordt dan zomaar je deel. Ik moest helaas weg naar een andere locatie, om de bel terug te brengen. Dat was bij 'Burgemeester Jansen', ook aan de Piuskade, waar meester Jansen met zijn familie Nieuwjaar vierde.
Wie was er ook? Marieke Moorman met haar gezin, de wethouder die even met de klok bezig is geweest. Aardige ontmoeting (Marieke ontmoeten op het feest van Maria), als is haar zoon Mees wel een puzzelstukje kwijtgeraakt. Tot mijn verrassing zat naast mij een oude medestudent filosofie, met zijn vriendin en kind, plus haar ouders. De enige niet-katholiek was de opa, Thomas. Het viel me op dat ik bij de motorclub onbevangen kon praten. Bij Burgemeester Jansen moest ik onbevangen discussiëren. Maar niet met de opa. Die luisterde alleen. Wat gebeurde er? Zoals zovaak ontstond er een geanimeerd gesprek over allerlei geloofsonderwerpen. Tussen twee onderwerpen, die allebei een half uur in beslag namen, kreeg ik van opa Thomas een cognacje. Dus ik ging terug naar de auto, haalde mijn mythenboekje tevoorschijn en gaf het aan de niet-katholieke Thomas. Enerzijds als dank voor het drankje, maar anderzijds om de bocht af te snijden. Lees dit en we praten verder, was de assertieve boodschap aan de niet-Thomassen. Dat viel gelukkig goed. Ze moesten trouwens ook naar huis. Ongelofelijk hoe mijn generatie ideologisch gebrainwashed is als het gaat om religie en cultuur. Ik vroeg of ik de baby nog een kruisje mocht geven (daar hadden de ouders 'niets op tegen'), waarop de oma trots zei: 'Ze heet Sara.' Enfin, Thomas komt een keer naar de kerk, beloofde hij. Dat zal hij zeker doen.
Ik weer terug naar de familie Jansen. Daar was alles rustig verdergegaan. Opa Jansen knikte toen ik zei dat de familieband was heel goed moest zijn als er zoveel kleine kinderen uren zoet bleven. En zo kwam er een einde aan een middag vol mooie gesprekken. Meer mensen buiten de kerk gesproken dan erbinnen. Moge de Moeder Gods het zaad van Gods Woord vrucht laten dragen, zoals het eens vleselijk in haar vrucht droeg. Thuisgekomen kreeg ik per mail nog een prachtig gedicht, van een andere Maria. Geschreven door Nico van Suchtelen:
Gebenedijd
Het hart dat lijdt
En zoekt en zorgt en bangt,
Dat om verloren dromen schreit,
Dat nooit-gekomen liefde beidt,
Naar 't onbereikte langt;
Tot het in eigen Eenzaamheid
Het Wonder vond dat stil en wijd
Al werelds wee omvangt. -
Gebenedijd
Het hart bevrijd,
Dat God om 't leven dankt.
|