|
Koningin Beatrix is in Bakel geweest, bij familie Van den Heuvel. Bakel! Daar ben ik geboren.
Voor wie niet weet waar Bakel ligt, simpel gezegd: tussen Helmond en Deurne, in de buurt van Eindhoven. Weliswaar heeft Bakel de roemruchte eer door St. Willibrord zelf aangedaan te zijn en stond haar kerk bekend als 'ecclesia matrix' (moederkerk voor de kerken in de omtrek), toch kennen de meeste mensen dit Peeldorp niet. Men verwart Bakel vaak met Boekel, Brakel, Bladel of zelf Borkel. In het Bakelse dialect spreken ze van 'Boakel'.
Ik vind het zeer sympathiek wat de koningin gedaan heeft. De dagen tussen Kerst en Oudjaar zijn ideaal om te luieren. De schooljeugd heeft vakantie en veel bedrijven zijn dicht. Onze Majesteit ontziet zich niet en gaat op bezoek bij getroffen geitenboeren en slachtoffers van de Q-koorts.
Op de foto in de krant zie je boer Van den Heuvel en zijn gezin (?) aan tafel met Beatrix. Zij zonder hoed, hij zonder schoenen. Natuurlijk stonden zijn klompen of laarzen naast de deur. Van de koningin stonden buiten haar bewakers.
Bakel! Wat zul je je vereerd voelen om dit hoge bezoek. Dankbaar dat het niet 'Milles' is geworden (Milheeze) of een ander dorp. Maar meer nog, wat zullen de geitenhouders zich gesteund voelen door deze vorstelijk belangstelling. Laten we maar even tussen haakjes zetten dat - volgens de laatste berichten - de ruiming misschien niet nodig was geweest als er alerter ingegrepen was, maar nu is die toch een feit. En dan doet medeleven erg goed.
De heemkundigen in Bakel zullen vast weten wanneer het voor het laatst was dat een koning of koningin op bezoek kwam. Zij kunnen nu een nieuw hoofdstuk schrijven.
Kort nadat ik het krantenbericht had gelezen had ik een uitvaart. Nog wel van een boerin! Ze was weliswaar op leeftijd en woonde met haar man al geruime tijd in een burgerwoning, maar toch bleef ze in hart en ziel een boerenvrouw. Twee van haar zonen hebben het bedrijf voortgezet. De Reeshoffers weten wel over wie ik het heb: Miet van Roessel en haar echtgenoot Jos. Er zaten veel boeren in de kerk. Ze luisterden aandachtig naar het evangelie van de Goede Herder: 'Ik ben de Goede Herder. Ik geef mijn leven voor de schapen.'
Het koor zong de Requiemmis, Thea Peek soleerde met het Ave Verum en het Ave Maria. De familie wenste een bescheiden rol te hebben. Al met al werd het een waardig en liefdevol afscheid, zoals dat nergens beter kan dan in de katholieke liturgie. En dan is onze Emmauskerk klein maar fijn. Moge Miet rusten in vrede. En dat de nabestaanden troost en kracht ontvangen.
Nog even Bakel. Als jongen zou ik deze dagen helemaal in de ban zijn geweest van vuurwerk.Van buiten spelen en de Dikke en de Dunne kijken. Van samen zijn met het gezin en naar de kerk gaan. Alhoewel, dat laatste nam ik eerder op de koop toe dan dat het me lief was. Achteraf zie ik dat de kerk aan dit alles juist een eigen glans gaf. Ik zag meer mensen uit de straat samen op Oudjaarsavond dan in de Kerstnacht. Dat vond ik erg vervelend; toen voor mezelf, nu voor hen. Gelukkig waren mijn ouders pro-vuurwerk. Dan hoorde je er toch weer bij. De dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw waren altijd dagen van grote gezelligheid. En op de middelbare school van blokken voor de proefwerkweek.
Nu gebruik ik de tijd om te lezen, wat mensen te bezoeken en dingen bij te werken. Een heerlijke tijd.
|