|
Om 15.00 uur was het zover: de fietsbedevaarders vertrokken van de
Emmauskerk richting Heikant, waar het heiligdom gelegen is van de zalige Petrus
Donders. Ze kregen van mij de zegen met wijwater en daar gingen ze!
Onder hen was een kleine vent die met zijn fietsje ook meeging: Dylan.
Zijn moeder vroeg nog of hij eventueel met de auto meemocht als hij moe
werd. Maar neen, Dylan trapte op zijn best. Waar het kon, reed
ik als bezemwagen achter de fietsers aan en ik zag Dylan op de pedalen
heen en weer zwaaien.
Helaas kon ik zelf niet fietsen, vanwege de
recente operatie. Met het processiekruis, twee flambouwen, de
liturgische gewaden en fourage voor onderweg op de achterbank, reed ik
naar de Hasseltste kapel, waar Peerke Donders als kind vaak ging bidden. Daar zou de groep van de Margarita Mariaparochie aanhaken om vervolgens verder te fietsen. De tweede groep was
een eenmansgroep, Jacques van Gool jr. Hij had wel lekkere cake bij
zich voor de anderen. Bij het geboortehuisje van Peerke Donders voegden
nog enkele autobedevaarders zich bij ons. Al met al een mooie groep.
We
gebruikten de kruisweg van Mgr. De Bekker uit Paramaribo, geïnspireerd
op het leven van Peerke Donders. De tekst was enkele uren eerder per
mail aangekomen op het secretariaat! Net op tijd. Biddend en zingend
trokken we van statie naar statie. De zon hing al laag en de
kastanjebladeren begonnen van de bomen te vallen. Het stof van de
nieuwbouw (een museum) waaide op. Een feeëriek geheel. Totdat er ook
enkele kastanjes naar beneden begonnen te vallen. Terwijl we herdachten
dat Veronica Jezus' aangezicht afdroogde, werd Gerard Bakkers op het
hoofd getroffen. Gelukkig kon hij er om lachen. En Dylan? Dylan liep
met een tak in de hand her en der tikjes te geven aan banken en bomen. Wat hij er allemaal van in zijn hart zal bewaren, is een geheim. Waarschijnlijk meer dan wij volwassenen denken. Zo zei de jongste zoon van onze diaken onlangs, bij een schilderij van Peerke Donders: 'Ah! Die ken ik; dat is Peerke Onweer'.
Een indringende statie: Jezus valt voor de derde maal
onder het kruis. De stilte neemt toe. De beschrijving van het lijden
der zieken op Batavia, verlicht door pater Donders, was indringend. Met
het Stabat Mater erbij: 'Wie toch die niet wenen zoude, zo hij 't
bitter leed aanschouwde dat Maria's hart verscheurt.' Daarna de
ontkleding van Christus, de kruisiging en het sterven. Hoog op de
Calvarieberg werd het Corpus beschenen door de laatste zonnestralen.
Eronder een schare van gelovigen, jong en oud, zingend en meelevend.
De
misdienaars gingen verder, in het wit, met flambouwen en kruis. Alex en
Remko, met Danique, onze nieuwste misdienaar. Dylan sloeg het op een afstand gade. Toen moest hij weer op de fiets. Hij wilde graag drinken,
maar de picknickplaats lag verderop. Op de herdgang bij de Heikant
kwamen de lunchpakketten te voorschijn. Zelfs voor Tilburgers is die
plaats relatief onbekend. Het is als een dorp in de stad, zonder flats
of drukke wegen.
Tenslotte gingen we naar de Goirkese kerk, die
vanwege Open Monumentendag toegankelijk was. Dankzij Thomas Bedaux en
de koster van 't Goirke bleef de kerk wat langer open voor ons als
bedevaartgangers. Ofschoon er toch al 1.500 bezoekers geweest waren. De
doopvont waarin Peerke Donders gedoopt is, was tijdelijk opgeborgen.
Maar de vensters en schilderijen lieten nog genoeg van hem zien. Er
stond zelfs een Madame Toussaux-achtige Peerke Donders op het
priesterkoor. Alsof hij ons verwachtte. Dylan vond het allemaal
prachtig. Maar toen de bezichtiging ten einde liep was hij zoek. 'Wie
heeft Dylan gezien?' Het duurde gelukkig niet lang of de groep was weer
compleet. En Dylan hoefde voor de terugreis niet in de auto. Hij ging
fietsen, naar de Reeshof. Hij was volgens zijn moeder nog lang niet
moe. Het was zijn eerste lange fietstocht. Bravo, Dylan! Je hebt het
heel goed gedaan. Peerke Donders zal je zegenen. Hij zal je helpen om
aan anderen te vertellen over Jezus. Over Jezus, dankzij wie geen last
te zwaar is.
Het pastorale jaar is nu echt begonnen. Morgen het
feest van Kruisverheffing. We gaan de Heer tegemoet, met onze zalige
stadgenoot, wiens leven erin bestond te bidden, zieken te bezoeken en
verzorgen, de sacramenten toe te dienen en 's avonds aan de oever van
de rivier wat tot rust te komen of te lezen op zijn kamer. Dikwijls
trof men hem ook 's nacht buiten aan, op het kerkhof. Daar bad hij met
uitgestrekte armen, in de vorm van een kruis. Hij bad voor zijn zieken,
opdat er geen één verloren zou gaan. Bid voor ons, zalige Peerke Donders, opdat ook van ons niemand verloren gaat.
|